150 jaar spoorverbinding Oldenburg-Leer

Hoe Oldenburgers en de ‘Ostfriesen’ nader tot elkaar kwamen

Door Rüdiger Zu Klampen

Bron

Niet iedereen was blij met de nieuwe spoorverbinding. Maar de verbinding zorgde wel voor sterke impulsen. Hoe dan? En wat zijn de spoorwegen voor de toekomst van plan met deze 55 kilometer lange verbinding?

OLDENBURG /LEER Wie vandaag de dag in Oldenburg in de trein stapt om naar Leer te reizen, is ongeveer 40 minuten onderweg. 150 jaar geleden, toen de spoorverbinding Oldenburg-Leer geopend werd, was dat natuurlijk heel anders. Volgens de eerste dienstregeling moest men toen voor de snelste verbinding op 1:22 uur rekenen en voor de langzaamste op 2:13 uur. Op het 55 kilometer lange traject stopte de trein in het eerste jaar (evenals vandaag) in Bad Zwischenahn, Ocholt en Augustfehn, en verder ook in Apen, Stickhausen en Nortmoor. De verbinding werd op 15 juni 1869 geopend. Oldenburg-Leer was het tweede spoorwegtraject dat door de kersverse “Großherzoglich-Oldenburgische Eisenbahn” (GOE) in bedrijf werd genomen. Eerder, in 1867, was de verbinding van Bremen via Oldenburg naar de marinebasis Wilhelmshaven (Heppens) geopend. De kosten van dit traject waren lager uitgevallen dan gepland, wat wellicht een impuls vormde om het spoornet verder uit te breiden.

Wat zegt treinliefhebber Horst Hollmann over dit traject?
Hier lag “vooral” de verlenging van het traject Bremen-Oldenburg naar Leer voor de hand, aldus kroniekschrijver Hans-Jürgen Gaida. In zijn boek “Dampf zwischen Weser und Ems” [Stoom tussen Weser en Eems] gaat het niet alleen om de ontsluiting van de regio Oldenburg. Het doel was destijds ook om “het verkeer in Oost-Friesland over Oldenburgs gebied te leiden”. Klaarblijkelijk verwachtte men daarvan de nodige impulsen.

Nieuw traject met voordelen
Voor de stad Leer was het spoor niet nieuw. Oost-Friesland had al sinds 1856 aansluiting op het interregionale spoorwegnet via de Emsland-spoorweg van het Koninkrijk Hannover (later Pruisen). Ongeveer 13 jaar lang (tot 1869) reisden de Oostfriezen om de regio Oldenburg heen. Toen leverde het nieuwe traject grote voordelen op: “De verbinding naar Hannover is 74 kilometer korter via Oldenburg”, aldus Egbert Meyer-Lovis, woordvoerder van de spoorwegen voor de noordelijke regio. De lijn is een “belangrijke verbinding voor Nedersaksen”. Maar de lijn heeft ook een duistere kant: het transport van joden en anderen van het doorgangskamp Westerbork naar de concentratiekampen. Een gedenkbord voor station Leer herinnert hieraan.

De Oldenburgers richtten 150 jaar geleden hun blik ver voorbij Leer, naar Nederland. Daar had men al zeer vroeg interesse in een verbinding van Groningen via Leer-Oldenburg naar Bremen. De Nederlanders zouden dan zelfs een deel van de kosten voor hun rekening nemen voor de aansluiting tussen de grens en Leer. Dit is ook vandaag de dag weer een zeer actueel onderwerp: Er is een Duits-Nederlands initiatief dat werk maakt van de plannen voor een snelle verbinding tussen Groningen en Bremen (“Wunderline”). De kern daarvan is Oldenburg-Leer. Er liggen echter enkele problemen op de loer. Zoals de nieuwbouw van de vernielde spoorbrug over de Eems bij Weener.

De planning van de verbinding Oldenburg-Leer was ook in 1869 al onderwerp van flinke conflicten. Een voorbeeld: Westerstede, de hoofdplaats van het Ammerland, zou niet aangesloten worden! In plaats daarvan gaven de planners de voorkeur aan een kortere, goedkopere lijn via Bad Zwischenahn.

Impulsen voor de regio
Dit werd voor het latere kuuroord een mijlpaal in een toeristisch succesverhaal. Bovendien profiteerden (volgens de kronieken) ook gelegenheden nabij kleine stations zoals Bloh van de nieuwe mogelijkheden voor uitstapjes per trein. Tegelijkertijd zorgde de spoorverbinding voor nieuwe mogelijkheden voor de kustplaatsen van Oost-Friesland alsmede de eilanden. De reden lag voor de hand: Voordien was iedere reis een tijdrovende zaak die te paard of met paard en wagen moest worden afgelegd. Maar nu ontstonden er geheel nieuwe mogelijkheden voor reizigers, producenten en handelaars.

De spoorverbinding Oldenburg-Leer werd meteen zeer goed ontvangen. Het traject leverde een “belangrijke impuls voor de ontwikkeling van het noordwesten”, aldus Lioba Meyer, die in 2017 samen met Florian Nikolaus Reiss het meest recente boek publiceerde over de regionale spoorweggeschiedenis onder de titel “Höchste Eisenbahn”. Dit gold voor havens en bedrijven, maar ook voor agrarische grondstoffen, waaronder turf.

Dit was meteen overal te zien in de vorm van goederenloodsen en laadperrons voor vee. Het traject was ook een aanjager voor de opbloeiende industrie. Een voorbeeld daarvan is de ijzersmelterij in Augustfehn. Deze kon haar producten ineens veel eenvoudiger per spoor vervoeren. Ook turfbedrijven maakten hier gebruik van.Maar veel van de turf bleef in de regio. Turf was namelijk lange tijd ook brandstof voor de stoomlocomotieven van de Großherzoglich-Oldenburgische Eisenbahn!

Wat staat er op het programma naar aanleiding van het jubileum van deze spoorverbinding? 
De spoorverbinding Oldenburg-Leer, waarmee men via de aansluitingen vanuit Ocholt (naar Cloppenburg en naar Varel/Ellenserdamm) en vanuit Bad Zwischenahn (naar Edewechterdamm) ook nog andere delen in de regio kon bereiken, heeft niet alleen een interessant verleden. Ook de toekomst wordt spannend.

Hoe gaat het nu concreet verder met Oldenburg-Leer?
Voor de komende jaren staan waarschijnlijk enkele veranderingen op stapel. Zo maakt de woordvoerder van het regionale vervoersbedrijf (LNVG/Hannover), Rainer Peters, melding van de joint venture “Wunderline” (Groningen-Leer-Oldenburg-Bremen). Hiervoor is sprake van een ”vastlegging” tussen Nedersaksen, Bremen en de provincie Groningen. In de eerste ontwikkelingsfase met als streefdatum eind 2024 zal een reistijd van 2:30 uur gerealiseerd worden. Daarvoor zijn geen aanpassingen nodig aan het traject Oldenburg-Leer. Maar: In de tweede ontwikkelingsfase (streefdatum: eind 2030) zal de reistijd teruggebracht worden tot circa 2:10 uur. Deze tweede fase vereist een “gefaseerde tweesporige uitbreiding tussen Leer en Oldenburg”. Volgens informatie die aan onze krant ter beschikking staat, komt het traject Augustfehn-Stickhausen daarvoor als eerste in aanmerking.

Uit de geschiedenis van het station Augustfehn
Volgens Hans Joachim Zschiesche, regionaal voorzitter van Pro-Bahn voor Eems-Jade, is een tweede spoor zelfs over het hele traject een “dringende” noodzaak. Anders wordt het “meer dan krap”. Zschiesche zou graag de Regio-S-Bahn Bremen-Oldenburg-Bad Zwischenahn verlengen naar Leer – “met goede aansluitingen op de Westfalen-Bahn” (RE 15).

Betere aansluitingen in Leer?
Daar gaat het een en ander gebeuren: Na afloop van de tweede ontwikkelingsfase kunnen in Leer korte aansluitingen gerealiseerd worden van Regionalexpress (RE) 1 en van de Intercity uit Oldenburg op de RE 15 richting Emsland, aldus LNVG-woordvoerder Peters. Hij wijst tevens op moderniseringen van de stations Augustfehn (2021/22) en Westerstede-Ocholt (2024/25). “Zowel de deelstaat als de Spoorwegen zetten in op een barrièrevrije uitbreiding”, bevestigt woordvoerder Egbert Meyer-Lovis van de spoorverbindingen.

En tot slot: Met ingang van 2023 zullen tussen Norddeich en Hannover “zeer comfortabele” nieuwe dubbeldeks regionale sneltreinen ingezet worden, zo kondigt LNVG-woordvoerder Peters aan. De bedoeling is om gekoppelde treinen in te zetten, die dan in Oldenburg gesplitst zouden kunnen worden (voor de richtingen Leer en Wilhelmshaven).

Pro Bahn denkt al verder door: Woordvoerder Zschiesche zou zich kunnen voorstellen dat de IC-verbinding Oldenburg-Leer gekoppeld wordt aan de Wunderline-treinen, waarbij Wilhelmshaven meedoet.